De camino brengt totale ontspanning
BN/DeStem Spectrum, december 2007
Voor ontelbare mensen is de camino, de pelgrimstocht van de Pyreneeën naar Santiago de Compostela, een ingrijpende levenservaring. Het pad aflopend kun je een aantal van hen ontmoeten. Als je de camino loopt bevestig je dat je niet speciaal bent, je wandelt op een zeer bekend en veilig pad. Dat neemt de druk wel weg. Het feit dat je weet dat er eten is onderweg, onderdak of zelfs een bus als je die nodig hebt. Uiteindelijk ben je gewoon aan het wandelen. Ik weet dat je niet houdt van de woorden gewoon wandelen, maar het zijn bijzondere woorden. Want gewoon wandelen doen we nooit. De laatste morgen, een prachtige koude morgen, zat ik op de bus te wachten naar Burgos en ik wilde huilen. Want wat ik eigenlijk wilde was gewoon blijven wandelen. Zo brengt Daniela Rudman uit Israël haar camino onder woorden.
Ervaringen
De camino is het verhaal van iedere pelgrim die besluit om naar Santiago te gaan wandelen. Met al die mensen onderweg komt de camino tot leven. Ieder verhaal is waardevol en geeft betekenis en invulling aan dit pad. Zo is de camino het verhaal van Anika, een Canadese vrouw die met een prothese 800 km naar Santiago loopt. Op elfjarige leeftijd is haar onderbeen afgezet vanwege kanker. En ook het verhaal van Aurel uit Zwitserland, die besloot om op zijn blote voeten te gaan lopen. En van Russel uit Nieuw Zeeland, die met een twee meter groot kruis op zijn rug liep. Ik heb de namen van God in vijftig verschillende talen in dit kruis gekerfd. Ik strijd tegen het fundamentalisme van de katholieke kerk. En het verhaal van de zesentwintigjarige Jozef uit Duitsland. Ik heb wegens een hartkwaal anderhalf jaar lang op de bank gezeten. Ik loop nu met mijn vriendin en mijn moeder. Bernard, een kunstenaar, is op zoek naar inspiratie en Franz, ook uit Duitsland, vertelt dat hij twaalf jaar geleden een zelfmoordpoging heeft gedaan. Ik ben zo blij dat ik er nog ben, ik kan genieten van een enkele bloem die bloeit onderweg. Maar wat gebeurt er met je als je terugkomt in Nederland? Gaat het leven dan gewoon verder waar je gebleven was of doet het iets met je? Drie pelgrims vertellen hoe het is om terug te zijn.
Cees van der Linden uit Rijsbergen (1 september - 29 september 2007)
Ik kan het waarom moeilijk verklaren. Ik was vijf jaar geleden al eens met de bus in Santiago. Al die pelgrims, dat inspireerde me wel. En je gaat het avontuur tegemoet, je weet bijvoorbeeld niet waar je s avonds slaapt. Daarnaast ben ik een wandelaar en dan ga je ook je grenzen verleggen. Bovendien heeft de camino voor mij ook een religieuze betekenis. Het bijzondere onderweg zijn de ontmoetingen met mensen. Maar ik heb geen talenknobbel, ik spreek een beetje Engels en dat vind ik een tekortkoming. Ik heb veel jonge mensen ontmoet en ik denk dat er erg veel zoekenden bij zijn, maar naar wat, dat zou ik niet weten. De taal is me dan toch te gebrekkig. Ik heb ook mensen ontmoet die volgens mij vluchten voor de maatschappij. Die kunnen de druk niet aan of willen niet in het stramien lopen. Dat merk je uit gesprekken. Anders loop je die camino toch niet drie of vier keer. Ik kan het moeilijk verklaren. Ik heb het zelf één moment zwaar gehad, bij Cruz de Ferro. In verslagen lees je dat iedereen een steentje meeneemt om daar achter te laten. Twee jaar geleden is mijn broer overleden en ik had een steentje meegenomen van zijn graf. Dan kom je bij dat kruis en dan zie je allemaal persoonlijke dingen die mensen achtergelaten hebben, brieven, fotos, kleding. Boven in dat kruis hing een rol splinternieuw metseltouw aan een grote spijker. Ik dacht, wat is dat nu. Mijn broer was namelijk metselaar. Dat was wel een emotioneel moment. Is dat toeval? Ik ben er niet door veranderd, daar geloof ik niks van. Zo heb ik het in ieder geval niet ervaren. Ik ben nog steeds dezelfde persoon, wel trots dat mijn lichaam dit gedaan heeft.
Arie Haasnoot uit Bergen op Zoom (6 juli 6 augustus 2007)
Mijn belangstelling is zon vijf jaar geleden gewekt. Toen werkte ik bij een andere gemeente als gemeentesecretaris. Daar was een reorganisatieproces gaande. Ik was toen net vijftig geworden en ik dacht na wat ik met mijn leven wilde doen, met mijn loopbaan. Ik had in die tijd een coach en die gaf me het boek de pelgrimstocht naar Santiago van Paulo Coelho. Met als thema hoe ga je om met je ambitie? Dit gold ook voor mijn werk. Wat doe je als dit project straks klaar is. Toen had ik de gedachte, de camino wil ik ooit nog eens lopen. Als een ervaring nadenken wat ik verder met mijn leven wil. Privé heb ik de afgelopen jaren vrij ingrijpende dingen meegemaakt. Vijf jaar geleden ontdekte ik ook dat ik diabetes type II heb. Dat betekende voor mij een ander levenspatroon en veel bewegen. Dus heb ik deze zomer de trein gepakt naar St. Jean Pied de Port. Bij aankomst ben ik daar op een bankje gaan zitten, heb mijn voeten ingesmeerd en ben tegen een uur of tien gaan lopen. Ik dacht, ik zie wel wat er op me afkomt. Het voelde wel als een avontuur. Nu, die eerste dag ben ik mezelf wel fors tegengekomen. Je loopt van tweehonderd meter hoogte naar vijftienhonderd meter en dan daal je naar negenhonderd meter. Ik ben meer dood dan levend aangekomen die eerste dag. Het was de combinatie van geestelijk op jezelf teruggeworpen zijn en de inspanning. Daar werd ik emotioneel van. Zo tegen half acht bleek het pelgrimsbureau gesloten, dat werd me gewoon teveel. Ik wist niet waar ik moest zijn. Uiteindelijk heb ik om acht uur de refugio gevonden en daar adviseerden ze me snel naar het restaurant te gaan, anders had ik geen eten voor de avond. En dan sta je een half uur later, met een glas bier in je hand en proost je met medepelgrims. Je bent je bewust in de kathedraal van Santiago dat de fase van wandelen voorbij is en dat er een nieuwe fase begint. Dat is een gevoel van leegheid. Het belangrijkste is toch het lopen van de tocht zelf. Je leeft heel erg in het nu. Santiago is dan een enorm feest, overweldigend. Ik ben samen met een vrouw aangekomen en we zijn allebei in een bankje gaan zitten in de kathedraal. Toen heb ik gedacht aan en gebeden voor de mensen die me dierbaar zijn. Het is een fantastische ervaring waar je weken op teert. Mensen zeggen dat ik anders geworden ben. Met volle energie en een positief gemoed heb ik het leven weer opgepakt. Aan de ene kant relativeer ik nu meer en tevens ben ik ook alerter en scherper geworden. Ik ben meer mezelf. Ik heb een eigenschap dat ik achter dingen aan kan zitten en scherp kan zijn. Nu calculeer ik soms iets meer en denk laat maar gaan. Ik ben meer open in mijn gedrag en praten. Ook ben ik acht kilogram afgevallen en de reacties waren heel positief. En dat wil ik vast blijven houden. Ik ben nog geen gram aangekomen en bij controle voor mijn diabetes zag het er spectaculair goed uit.
Johanna Jacobs uit Bergen op Zoom (24 mei eind juni 2006)
Ik wilde dit al decennia lang, ik had er op de middelbare school al over gehoord. De verhalen over Roncesvalles, over Roeland met zijn hoorn en Karel de Grote. Dat sprak tot de verbeelding. En ik wilde de stand van zaken opmaken in mijn leven, waar ik stond. Ik was juist gescheiden. Ik zocht om weer in evenwicht te komen. Het was voor mij een louteringsproces. En ook puur voor het wandelen. Dat is het mooie van de camino, je hoeft alleen maar te wandelen. Je maakt volledig de balans op van je leven. Wat je allemaal gedaan hebt, wie je bent, wat je niet meer wil in het leven en wat juist wel. Ik zat goed in mijn vel en had na terugkomst nog maanden dat gevoel. Ik weet nu nog precies hoe het eruit zag en hoe het voelde. Het was zo speciaal, dan kom je boven op een heuvel en dan zie je de graanvelden zo onwaarschijnlijk mooi, dat vergeet ik echt mijn hele leven niet meer. En dan de straffe wind die er doorheen golfde. En de prachtige bloeiende bloemen en struiken. Na anderhalf jaar is er nog alles van over. Ik heb vijf weken achter elkaar gelopen. Dan bereik je een totale ontspanning in een zeer korte tijd. Ik ervaar dat nog steeds bij het maken van een lange wandeling. Met lopen bouw je af. Nu loop ik elke woensdagavond zon vijfentwintig tot dertig kilometer. En ik voel me dan euforisch de volgende dag. Ik ben ook dingen anders gaan doen. Hoe ik tegen dingen aankijk en hoe ik met mensen omga. Ik was heel erg werkgericht, nu koppel ik het meer aan mijn gevoel. Ik kijk meer met een menselijke inslag. Ik wil ook geen conflicten meer, ik wil problemen op een andere manier oplossen.



