Jan de Hoon

Op weg naar Santiago

In goed gezelschap
In goed gezelschap
Wegwijzer
Wegwijzer
De meseta
De meseta
Eten, drinken, slapen
Eten, drinken, slapen
Kathedraal in Santiago de Compostela
Kathedraal in Santiago de Compostela

Op pelgrimage naar Santiago

RMagazine, december 2007

In september en oktober maakte Jan de Hoon een pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Hij vertrok vanuit St. Jean Pied de Port in de Franse Pyreneeën. In vier weken tijd liep hij bijna achthonderd kilometer. Waarom lopen mensen deze pelgrimstocht? Hij tekende het verhaal op van dit bijzondere pad in het Noorden van Spanje.

Pelgrimeren

Al meer dan duizend jaar maken pelgrims de tocht naar Santiago de Compostela in Spanje. In vroegere tijden vertrok men te voet van huis uit en was er vaak sprake van een tocht vol ontberingen. Om dan bij aankomst in Santiago te concluderen dat men pas halverwege was, de terugtocht werd op een zelfde manier ondernomen. Santiago was aantrekkelijk als pelgrimsplaats, juist omdat het zo afgelegen was. Dit maakte de plaats niet gemakkelijk te bereiken en het vergde een oprechte inspanning van de pelgrims. Bovendien was Jeruzalem in 1078 ingenomen door de Turken, waardoor deze stad niet meer toegankelijk was voor pelgrims. En een pelgrimsplaats in dit gedeelte van Spanje kwam de kerk ook zeer goed uit in hun strijd tegen de Moren die tot ver in het noorden van Spanje waren opgerukt.

Waarom

Naarmate er meer pelgrims naar het graf van Jacobus trokken in Santiago de Compostela, werd Jacobus de beschermheilige van bedevaartgangers. Men vertrok naar Santiago vanuit een geloofsovertuiging of als een vorm van boetedoening (in de middeleeuwen stonden er vaste straffen op misdrijven en zondes). De heilige Jakobus wordt vaak afgebeeld met pelgrimshoed, pelgrimsschelp (jakobsschelp), een kalebas en een pelgrimsstaf. In de kerken wordt hij strijdend te paard afgebeeld en heeft hij de bijnaam ‘matamoros’ (morendoder) gekregen. In latere tijden krijg je professionele pelgrims die tegen betaling namens anderen de tocht ondernemen.  De pelgrim was niet altijd zeker van het bereiken, laat staan terugkeren, van zijn bestemming. Hij maakte zijn testament op en met een pelgrimspaspoort afgegeven door de kerk ging men op weg. Met dit paspoort kreeg men onderdak en eten in de verschillende ‘hospitals’ en herbergen onderweg. Hier werden zijn papieren ook van stempels voorzien als bewijs van de tocht. Bij aankomst in Santiago was dit document nodig voor het verkrijgen van de ‘compostela’, het certificaat van de pelgrimstocht. En met de ‘compostela’ kon de pelgrim de terugweg aanvangen en verzekerde dit document dat de pelgrim weer onderdak en eten kreeg op de terugweg.

Moderne pelgrims

Het pelgrimspaspoort wordt nog steeds gehanteerd en voorzien van stempels. Het is te verkrijgen bij het Nederlands Genootschap van Santiago of op de plaats van vertrek in Spanje. Hiermee krijg je onderweg onderdak in de pelgrimsherbergen. De hedendaagse pelgrim maakt de tocht om verschillende redenen. Deze hebben een historische, culturele, religieuze of sportieve achtergrond. Ook kunnen bijzondere gebeurtenissen zoals ziekte of pensionering een aanzet zijn om te wandelen naar Santiago. Tegenwoordig komen de pelgrims uit alle windstreken. Van Brazilië tot Japan, van Canada tot Zuid Korea en van Nieuw Zeeland tot Zuid Afrika. Het maakt de camino kleurrijk en geeft de aantrekkingskracht aan van deze bijzondere tocht.

De route

De meeste pelgrims, zo’n vijfenzestig procent, begint de camino in St. Jean Pied de Port. Hier steken ze daadwerkelijk de Pyreneeën over, alvorens in Spanje de route te vervolgen. De pas staat bekend om het Roeland-verhaal. Na de strijd met de Moren in Noord Spanje besluit Karel de Grote om de stad Pamplona geheel te verwoesten. Hier haalde hij de woede van de Basken mee op de hals. Deze vielen de achterhoede van het leger van Karel aan, op de terugweg naar Frankrijk. Roeland hield hier hartstochtelijk stand, alvorens op zijn hoorn te blazen. Maar de geschiedenis wijst uit dat Karel te laat kwam voor zijn ridder. Ook Napoleon is hier overgestoken naar Spanje, vandaar de naam route Napoleon. Door het heuvelland dalen we af naar de Pamplona, bekend van de jaarlijkse stierenlopen. Het landschap wordt vlakker en we zien meer wijngaarden onderweg naar Logroño. Dit is de hoofdstad van de provincie Rioja en de route brengt ons verder naar Burgos. De stad die bekend staat om zijn bijzondere kathedraal, een must om te bezoeken. Langzaam opent het landschap zich en de pure schoonheid van de camino wordt zichtbaar. Voor de pelgrim begint het ook te wennen, het vroege opstaan, het dragen van de rugzak, het slapen in de herbergen en het wandelen. In deze eerste dagen komt ook het besef van wat men aan het doen is naar boven en wordt het waarom van de tocht duidelijk.

Meseta

Tussen Burgos en León wacht de meseta. Een immense vlakte waar je tot aan de horizon kunt kijken. Het enige bewijs van de camino is de enkele pelgrim die onderweg voor of achter je loopt en de vele voetstappen in het stof of in de modder. Het is hier niet mogelijk te ontsnappen aan jezelf of aan de camino. Deze kilometers werken louterend, zoals ook de vele gesprekken die de pelgrims onderweg voeren. Soms onder het genot van een goed glas wijn. Na León wordt het landschap weer gevarieerder en glooiend en de akkerlanden maken weer plaats voor wijngaarden. En we maken ons op voor ‘Cruz de Ferro’. Dit is een meters hoog kruis op de top van een pas, waar je achter kan laten wat je niet meer mee wilt nemen. Een enorme berg van stenen is aan de voet van dit kruis achtergelaten en aan het kruis hebben pelgrims van alles gehangen. De traditie wil dat vanaf hier de pelgrim weer vaker zijn gedachten zal laten gaan over Santiago en wat hij verder met zijn leven wil gaan doen. De camino brengt ons naar het groene en vaak natte Galicië, waar we onze bestemming vinden in Santiago.

Finisterre

De ‘echte’ pelgrim neemt echter geen genoegen met Santiago als eindbestemming. Die wandelt door naar Finisterre, het einde van de wereld in vroegere tijden. De traditie wil dat de pelgrims zich wasten in het water van de oceaan en dat ze hun kleren en bezittingen verbrandden aan de kaap, waar nu de vuurtoren staat. En de traditie wil dat hier nog steeds pelgrims komen om achter te laten en te verbranden wat ze niet meer mee willen nemen. Vuurplaatsen getuigen van recentelijke verbrandingen en je vindt er kleding en schoenen in de omgeving. Het einde van de tocht wordt echter wel ingeluid in de kathedraal van Santiago. De mis voor de pelgrims wordt door allen bijgewoond en betekent een afronding. Hier ontmoeten oude vrienden elkaar en worden vriendschappen voor het leven gesloten. Het is een laatste ontmoeting alvorens iedereen weer terugkeert waar hij of zij vandaan kwam. Voor een laatste keer wordt afscheid genomen, van de camino, van elkaar. Op Plaza de Obradoiro, het plein voor de kathedraal, is het druk met toeristen en pelgrims. Er blijven nieuwe pelgrims aankomen die ook een plaats vinden op het plein, genietend van de zon. En deze pelgrims blijven het daadwerkelijke bewijs dat de camino de Santiago daadwerkelijk leeft.