Eerste hoofdstuk: Verwachting
“‘Verwacht niets!’ Niet in de betekenis van ‘stel je er niets van voor’, maar ‘laat je verwachting je geest niet blokkeren. Stel je helemaal open, laat je geest naar buiten treden en verwonder je, verwonder je!’”
Peter Matthiesen (De Sneeuwluipaard)
Ik was al eerder hier. Ik was al eerder in de herberg in St. Jean Pied de Port. Bijzonder hoe de geur van kattenpis me onmiddellijk terug doet keren naar een vorige camino. Hoe anders was het toen. Een levendige herberg met pelgrims uit alle werelddelen. Ik had zojuist mijn pelgrimspaspoort gekregen en voelde me voor het eerst pelgrim. In 2005 woonde ik in Güéjar Sierra in Zuid-Spanje. Met de trein was ik via Madrid naar Pamplona gereisd. Met de bus door naar Roncesvalles. Een bus vol met pelgrims. Allemaal met eenzelfde twinkeling in hun ogen. Het voelde als een eerste schoolreisje. ‘Simply the best’ van Tina Turner schalde door de luidsprekers in de bus. In Roncesvalles stond de taxi al klaar voor diegenen die door wilden naar St. Jean Pied de Port. Er bleven pelgrims in Roncesvalles om vandaar te vertrekken. Ik had besloten om te voet de Pyreneeën over te steken naar St. Jean Pied de Port om dan terug te keren. Ik overnachtte in de jeugdherberg, aangezien je maar een keer in een pelgrimsherberg mag overnachten en ik over twee dagen hier terug zou zijn. Tijdens mijn wandeling naar St. Jean Pied de Port kwam ik de pelgrims tegen van die dag. Er passeerden zo’n tachtig personen. Ze keken me allemaal raar aan, want ging ik niet de verkeerde kant op?
Nu heb ik een herberg voor mezelf alleen. Het is wel even wennen om aan te komen en alleen te zijn. Geen andere pelgrims. Jeanine, de beheerder van de herberg, heeft de koffie al klaar staan met wat brood. Ze heeft ook eten voor me. Soep en pasta met wat wijn van gisteren. Het voelt als bijzonder om hier weer te mogen zijn, ik voel me welkom. Ik hoor het tikken van de klok, maar het is net alsof de tijd hier heeft stil gestaan. De kat likt zich schoon op de stoel bij de tafel.
De kerk in het dorp is versierd voor drie Koningen, er klinkt muziek uit de luidsprekers. Ik brand een kaars voor een inspirerende reis. Ik neem plaats in een van de banken en denk aan wat voor me ligt. Mijn gedachten gaan naar Liesbeth, die drie weken geleden te horen kreeg dat ze borstkanker had, mijn dierbaren die ik achter heb gelaten en aan mijn vorige caminos. Mijn bestemming is bepaald, Santiago de Compostela. Ik hoef er alleen nog maar naar toe te lopen.
Er ligt geen sneeuw in de bergen en gisterenmiddag was de hemel met momenten helder. De treinrit van Bayonne naar St. Jean Pied de Port was idyllisch. Boemelend de bergen in, met schapen in de wei. Het is haast voorjaarsachtig. Misschien moet ik wel leren erop te vertrouwen dat wat gaat komen goed voor me is. Open staan en bewust zijn wat er om me heen gebeurt. Bewust zijn wie ik ben, van mijn eigen energie, van mijn kracht. Misschien wordt het wel een reis van geholpen worden in plaats van helpen.
Het is vandaag 7 januari, de eerste maandag van het jaar. Als ik mijn rugzak opdoe, springt de kat via de vensterbank door het raam. Ze gaat op de stoep voor de herberg zitten en kijkt me haast lachend aan. Net alsof ze wil zeggen: “Ik wens je een goede reis pelgrim, ik zie je wel.” Misschien is de kat wel een pelgrim geweest in een vorig leven, die dacht: “Ik kom als kat terug en ik ga in St. Jean Pied de Port wonen.” Misschien is het mevrouw Brille wel, de vorige beheerder van de herberg die een aantal jaar geleden overleden is. Ik laat St. Jean Pied de Port achter me en loop door een landschap dat nog in afwachting van de winter is, terwijl het voorjaar zich al lijkt aan te dienen. Het is heerlijk om met helder weer te vertrekken en als ik uitkijk over de vallei is St. Jean Pied de Port in de verte nog zichtbaar. Er is een groot camino hart op de weg getekend. Een hart dat ik nog vele malen tegen zal komen onderweg.
Als ik de refugio Orizon passeer loop ik in de mist. Je ziet twintig meter en de wereld wordt ineens een stuk kleiner. Ik hoor nog wel geluiden en dieren lijken me te groeten. Het paard in de wei dat ik niet zie, hinnikt en volgt me enkele meters, de vale gieren die even later overvliegen, de kraaien, de roofvogels, de mussen, allemaal lijken ze hallo te zeggen of misschien ook wel ‘buen camino’. Bij momenten hoor ik alleen mijn schoenen op het asfalt en mijn onregelmatige ademhaling. Staat deze eerste dag model voor de mist in mijn hoofd? Ik denk wel dat het helder is, maar er moet toch eerst wat mist opklaren. Daar heb ik kilometers voor nodig, kilometers om in het ritme te komen, om te wandelen. Ik kijk achter me en zie niks, ik kijk voor me en zie niks, de refugio is niet open en ik loop door. Het lijkt of de bewoonde wereld is achtergebleven, in ieder geval niet aanwezig. Het is zo rustig, zo stil hier, ik ben me zelfs bewust van de regendruppels die op mijn hoed vallen.
Het zou niet gaan regenen vandaag, maar toch vallen de eerste druppels naar beneden. Ik stop en doe mijn poncho aan. Mijn mouwen worden al snel nat en het wordt koud. Als ik het verharde pad verlaat, loop ik door de eerste verijsde sneeuw, het is zwaar. Ik heb honger en probeer mijn rugzak af te doen onder mijn poncho. Ik raak verstrikt in de banden van de rugzak en poncho. Ik eet de krentenbollen die ik nog van thuis heb meegenomen. Ik leer vandaag meteen om alles te nemen zoals het komt. Geen verwachtingen te hebben. Wat was ik teleurgesteld dat er geen sneeuw lag. Ik hoef mijn verwachting niet uit te spreken, maar gewoon te wandelen en dan komt er op mijn weg wat erbij hoort. Je kunt je verwachtingen uitspreken, teleurgesteld worden, het heeft allemaal geen zin. Er ligt sneeuw, de weg ligt er, de camino is er en daar gaat het om. En dan natuurlijk de vraag, wat doe je ermee?
Roncesvalles is verlaten als ik vroeg in de middag aankom. De herberg is gesloten tot vier uur en ik zoek warmte in het café bij de haard. Ik ben tot op het bot nat van regen en zweet. Zoals iedere avond is er een pelgrimsmis in het klooster. Wat een verschil met oktober. Toen stonden we met bijna honderd mensen aan het altaar voor de zegen, het was gewoon dringen voor een plekje. Vandaag is het anders. Er zijn zes kerkgangers. Samen met drie andere pelgrims volg ik de mis. Aan het eind van de mis worden we naar voren geroepen en krijgen we de zegen. Vijf priesters zingen. Ik voel me beschermd in dit eeuwenoude klooster. In mijn hand heb ik een ring, een kammetje en een Christoffel. De ring is van Liesbeth, die ze me bij vertrek heeft meegegeven. Tijdens mijn tocht zal ze geopereerd worden en ik bid voor een voorspoedig herstel. Van Netty heb ik een jade kammetje meegekregen, dit om iedere gedachte en vraag die bij me opkomt nauwkeurig te onderzoeken, uit te kammen. De Christoffel uit Lourdes zal me onderweg op mijn reis beschermen. We worden heengezonden naar Santiago de Compostela en ik heb het gevoel dat de camino nu echt begonnen is. Buiten is het is stil en over Roncesvalles is de mist als een deken neergedaald. We gaan nog wat eten en voor het eerst wordt er een ‘menu de peregrino’ geserveerd.
